Het woord van zondag 26 april 2020

(spreker: br. Leo Schreurs, voorganger PG Sion)
We gaan vanmorgen naar Johannes 21:1-14 Het is een rare tijd geweest waarover het woord hier spreekt. Jezus is gekruisigd, Hij is begraven en Hij is opgestaan uit de dood. Wat moesten de discipelen doen ? Jezus was er niet meer ! Ze hadden opgetrokken met Jezus. Jezus onderrichtte hen en zij volgden Hem naar allerlei plaatsen. Plotseling was dit alles weggevallen ! Zij waren helemaal teruggeworpen op zichzelf. Het lijkt een beetje op deze tijd. Hoevelen van ons zijn niet teruggeworpen op zichzelf ? We waren eigenlijk gewend om met andere mensen samen te zijn. Hier en daar op bezoek te gaan. Elkaar hartelijk verwelkomen met een omhelzing of een knuffel. Maar vanwege de corona-crisis wordt ons dat ten strengste afgeraden i.v.m. een eventuele besmetting. Petrus zegt hier op een bepaald moment dat hij ging vissen. Dat was hij gewend om te doen. De andere discipelen sloten zich bij hem aan. Weet je, als je je eigen ding maar gaat doen, dan kom je niet tot het doel van God. We kunnen dit duidelijk zien in dit verhaal. De hele nacht waren zij aan het ploeteren met het vangen van vissen met een net. Het net werd dan, verzwaard met stenen, uitgeworpen in de zee. Door de stenen zonk het net in het water. Je was blij als je vissen in het net had, anders had je al het werk voor niets gedaan. Je moest dan opnieuw het net weer uitgooien met die stenen er in. Het was echt heel zwaar werk ! Helaas voor de discipelen vingen zij die nacht niets. Teleurgesteld gingen zij, het was reeds morgen, weer richting oever. Aan de oever stond een man. Het was Jezus. Zij herkenden Hem in eerste instantie niet. Jezus spreekt hen aan: “Kinderen, hebt gij ook enige toespijs” ! M.a.w.: Jezus vroeg hen of zij wat te eten hadden. Helaas, dat hadden zij niet. Zij hadden immers niets gevangen die nacht. Hij zeide tot hen: “Werpt uw net uit aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden”.

Lees de volledige preek