Het woord van zondag 15 maart 2020

(spreker: br. Harrie Keyner, oudste PG Sion)
Ik wil vanmorgen gaan naar 2 Koningen 4:1-7. Het kan gebeuren dat je in schulden raakt. Het is mij ook overkomen. Wel niet diep, maar toch. Ik was vergeten een rekening te betalen. Wat volgt was een herinnering. Na nog niet betaald te hebben volgde een volgende herinnering. Ik probeerde per telefoon een betalingsregeling te regelen bij mijn schuldeiser. Dit was geen probleem. Wat minder prettig zou het worden als dit niet zou gaan. De schuldeiser zou een incassobureau kunnen inschakelen. Aanmaningen volgen en uiteindelijk aan je deur een deurwaarder. Via de rechter zou ook een beslag op je loon gelegd kunnen worden. Dit laatste is bij mij dus nooit gebeurd. Ik heb altijd een betalingsregeling kunnen regelen. Maar zou ik in gebreke blijven in betaling van mijn rekeningen en zou ik in aanraking komen met een incassobureau en deurwaarder met alle gevolgen vandien, Gelukkig is in dit land altijd wat te regelen. Je hebt instanties als schuldhulpverlening, die je kunnen helpen. Prijs God ! Maar in de tijd dat dit verhaal speelt, was het heel anders. Om haar schuld te kunnen betalen dreigde deze weduwe haar zonen kwijt te raken aan de slavernij. Dat kon toen in die tijd. Mensenrechtenorganisatie ? Die bestond toen niet. De vrouw was radeloos. En legde Elisa de situatie uit. Elisa was zeer geroerdhaar situatie. “Hoe kan ik haar helpen”, dacht hij. Hij begon haar te vragen wat zij in huis had. “Een kruikje olie”, zei de vrouw. Zij kon niet weten dat dit haar grootste rijkdom was. Elisa droeg haar op om vaten te verzamelen bij haar buren en waar dan ook. Haar zonen gingen daar voor op pad.

Lees de volledige preek